Meer regels voor zzp’ers, maar het echte probleem blijft liggen
Het zzp-dossier en de bijbehorende wetgeving zouden moeten zorgen voor een transparantere arbeidsmarkt. Schijnzelfstandigheid moet worden teruggedrongen en kwetsbare werkenden moeten beter beschermd worden. Ook zou meer duidelijkheid moeten ontstaan voor zowel zelfstandigen als opdrachtgevers. Duidelijkheid kun je het beste vooraf geven.
In de praktijk dreigt het tegenovergestelde te gebeuren. Het voorgestelde rechtsvermoeden biedt pas duidelijkheid als er al een conflict is ontstaan en een rechter moet oordelen. Daarmee verschuift de onzekerheid vooral naar achteraf.
Op woensdag 15 april staat in de Tweede Kamer een debat gepland over het arbeidsmarkt- en zzp-dossier.
Nieuwe verplichtingen, zonder oplossing van het probleem
Minister Thierry Aartsen heeft meermaals gezegd: “Je krijgt de vrijheid om te ondernemen, maar daar staan wel verplichtingen tegenover, zoals een AOV.”
De vrijheid om te ondernemen bestaat al lang. Een verplichte AOV is nieuw. Daar ben ik overigens voorstander van. Maar als verplichtingen toenemen terwijl de onderliggende problemen blijven liggen, ontstaan extra kosten waar in lage-tariefsectoren vaak geen ruimte voor is. Juist daarom is betere bescherming aan de onderkant nodig.
Rechtsvermoeden: bescherming op papier, onzekerheid in de praktijk
Een belangrijk instrument in het huidige beleid is het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaalde tariefgrens, dat als aparte maatregel wordt voorgesteld. Op papier lijkt dat bescherming te bieden, maar in de praktijk is dat beperkt. De Raad van State plaatste eind 2024 vraagtekens bij de effectiviteit en praktische betekenis van dit instrument. Ook na de aanpassingen blijft die kritiek grotendeels overeind: het rechtsvermoeden vraagt dat een zzp’er zelf naar de rechter stapt.
Bescherming ontstaat daarmee pas achteraf, terwijl juist vooraf duidelijkheid nodig is. Bovendien geldt het niet voor iedereen: als een rechter oordeelt dat er sprake is van echt ondernemerschap, is er geen bescherming. De stap naar de rechter brengt bovendien onzekerheid en stress met zich mee, en kan de relatie met een opdrachtgever onder druk zetten, met het risico op verlies van toekomstige opdrachten.
Handhaving wordt steeds complexer
Recente jurisprudentie, zoals het Uber-arrest, laat zien dat de beoordeling van arbeidsrelaties steeds meer afhankelijk wordt van individuele omstandigheden. Zelfs bij hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever kan de uitkomst verschillen.
Meer daarover hier:
https://www.zipconomy.nl/2026/03/handhaving-belastingdienst-bemoeilijkt-door-uber-jurisprudentie/
Dat betekent dat handhaving steeds vaker per individu moet plaatsvinden. Voor de Belastingdienst maakt dat controle complex, tijdrovend en nauwelijks schaalbaar. Is het dan nog wel werkbaar? Zou het niet logischer zijn om te werken met verplichte minimumtarieven per sector, met handhaving door de Arbeidsinspectie? Dat geeft vooraf duidelijkheid en maakt controle eenvoudiger.
Het echte probleem: een economische prikkel
De discussie over schijnzelfstandigheid wordt vaak juridisch gevoerd, met begrippen als gezag, inbedding en contractvormen. Maar in veel sectoren zit het echte probleem vooral in de economische prikkel: hoe werk zo goedkoop mogelijk kan worden georganiseerd.
Zolang een zelfstandige goedkoper kan worden ingezet dan een werknemer in loondienst, blijft de prikkel bestaan om met contractvormen te schuiven. In sommige sectoren zijn tarieven voor zzp’ers zo laag dat er nauwelijks ruimte is voor buffers, verzekeringen of pensioenopbouw. Zolang dat niet verandert, blijft het probleem bestaan, ongeacht hoe het juridisch wordt ingericht.
Voorkomen van armoede vraagt meer dan regels
De Tweede Kamer nam unaniem de motie-Bikker aan: de armoede moet afnemen in plaats van toenemen. Extra eisen die geld kosten dragen daar niet aan bij als de onderkant onvoldoende wordt beschermd. Zzp’ers hebben al meer dan twee keer zoveel kans op armoede. Zonder effectieve bescherming kan dat probleem juist groter worden.
Minimumtarieven als ondergrens, niet als eindpunt
Er wordt soms gezegd dat minimumtarieven in de praktijk ook als maximumtarief gaan functioneren. Als dat gebeurt, zegt dat vooral iets over de onderliggende markt. In sectoren waar tarieven structureel op het minimum blijven hangen, lagen ze daarvoor vaak nog lager. In die zin kan een ondergrens juist een eerste stap zijn naar een gezondere markt, niet het eindpunt.
Een alternatief: duidelijkheid vooraf
Het doel van het zzp-beleid is helder: meer zekerheid, aanpak van schijnzelfstandigheid, betere bescherming aan de onderkant en een eerlijke arbeidsmarkt. Maar de huidige aanpak biedt geen echte zekerheid. De Belastingdienst moet steeds individueler controleren en het rechtsvermoeden werkt pas als een zzp’er zelf in actie komt. Dan dreigen we van schijnzelfstandigheid naar schijnzekerheid te gaan.
Als een doel is om zzp’ers beter te beschermen, ligt het voor de hand om die bescherming vooraf te organiseren, niet pas via de rechter. Sectorale minimumtarieven kunnen daarbij helpen. Een ondergrens voorkomt dat er structureel onder kostprijs wordt gewerkt en geeft vooraf duidelijkheid voor zowel zelfstandigen als opdrachtgevers. De uitwerking van dit idee beschrijf ik hier:
https://www.zipconomy.nl/2026/02/eerlijke-minimumtarieven-voor-zelfstandigen-met-schijven-per-beroep/

Aansluiten kan bij bestaande sectorindelingen, zoals cao’s en SBI-codes. Belangrijk is dat tarieven passen bij wat binnen een sector realistisch te verdienen is. Natuurlijk spelen individuele verschillen een rol. De ene zzp’er declareert meer uren dan de ander. Maar voor beleid kun je daar niet van uitgaan. Het is logisch om te kijken naar wat binnen een sector gemiddeld haalbaar is. Dat geeft een realistischer beeld van hoe de markt feitelijk functioneert. Als je die basis goed vastlegt, verdwijnt de prikkel om op prijs te concurreren met loondienst.
Bescherming waar het nodig is, rust waar het kan
Tegelijkertijd kan deze aanpak het grootste deel van de zzp’ers juist met rust laten. In veel sectoren functioneren tarieven prima en is van structurele onderbetaling geen sprake. Juist door gericht te kijken waar het wél misgaat, voorkom je onnodige regels voor de rest van de markt. Handhaving kan vervolgens, net als bij loondienst, bij de Arbeidsinspectie worden gelegd.
In dit interview ga ik verder in op de praktische uitwerking en achterliggende gedachte:
https://www.zipconomy.nl/2026/03/sectorale-minimumtarieven-voor-zzpers-kunnen-schijnzelfstandigheid-oplossen/
Wie vooraf duidelijkheid wil, zal het probleem ook daar moeten oplossen.


Reclamebeeld.nl info@reclamebeeld.nl 06-51520360
Van der Duynstraat 143
2515 NJ Den Haag

























































































